Home    Contact    Colofon    Registreren   
Home arrow Acties en nieuws arrow Extra collecte zondag 28 augustus
Extra collecte zondag 28 augustus Afdrukken
Geschreven door De Redactie   
maandag 22 augustus 2011

Steun noodhulpactie Oost-Afrika
De aanhoudende droogte in de Hoorn van Afrika veroorzaakt een steeds grotere catastrofe. Zwaar getroffen zijn met name de vele vluchtelingen in deze regio. ZOA, Woord en Daad, Red een Kind en Dorcas slaan de handen ineen voor het bieden van noodhulp in en rond Ethiopië, Somalië en Kenia.

Ethiopie, Dolo Ado district, Kamp Bokolmanyo, 7 augustus 2011
Bericht van onze medewerkers Garrit Schumacher en Jos Joosse

Ik probeer hun gezichten te lezen. Lopend door de Somalisch-Ethiopische woestijn gaan de ouderen gebukt onder een matras en een zak met spullen, de kinderen dragen een pan, een lege jerrycan, soms houden ze een geit aan een touw.
Ze zwoegen stil door het hete zand, op de vlucht voor oorlogsgeweld en honger. Op weg naar veiliger oorden. Bij de grenspost worden ze eerst geregistreerd als buitenlandse bezoeker, daarna vervoert de Verenigde Naties hen naar het eerste kamp. Daar schrijven ze zich in, wordt hun gezondheid onderzocht en krijgen ze de eerste levensbehoeften – een soort kampeeruitrusting. Daarop volgt toewijzing van de tent waar ze kunnen wonen.

In vier kampen, in een straal van 80 kilometer, leven nu 114.000 mensen. De vluchtelingen krijgen voedsel en water en er worden sanitaire voorzieningen aangelegd. Ook worden er kleine projecten gestart die wat inkomen opleveren. Wandelen door zo’n tentenkamp betekent dat we bekeken worden door duizenden die tamelijk gelaten hun leven proberen op te bouwen. Voor water en brandhout trekken ze de bush in. Er is een rivier, maar vraag niet naar de kwaliteit van het water. Waarbij we het niet eens hebben over de krokodillen die de oever onveilig maken.

Vers gearriveerd vanuit Nederland zien en voelen we de droogte, honger en gelatenheid van onze medemensen hier. Somaliërs zijn een trots Afrikaans volk, nu van huis en haard verdreven. Ik kan me voorstellen dat ze terugverlangen naar die tijd toen er nog vee om hun hut stond en ze de ochtenddauw konden voelen.

Hoe vertellen we al dit leed aan onze woonomgeving in Nederland, en wat is een goede manier om er bij betrokken te blijven? Die vragen houden ons wel bezig.

Opstarten hulp
ZOA probeert in te spelen op hun behoeften en vragen. Met behulp van tolken gaan we in gesprek met de vluchtelingen. Wat we vooral willen uitstralen is dat we naast hen willen staan. Het doet ons goed dat veel vluchtelingen ons bedanken voor de geboden hulp, en niet altijd vragen naar meer. Wel vragen ze hoe het leven als kampbewoner nuttiger kan worden ingevuld.

We zijn gestart met de noodhulp en dat vraagt veel overleg. Waar en hoe te beginnen? Mensen drommen om ons heen. Materialen moeten van ver komen; de bewoonde wereld is hier ongeveer 500 kilometer vandaan. Personeel, ook uit de kampen zelf, wordt met veel zorg aangetrokken.

Verder zitten we in de mallemolen van hulpafstemming met de andere organisaties, zodat we elkaar niet in de weg zullen zitten, maar allemaal bijdragen aan een goede hulpverlening. Als ZOA kijken we al direct naar hoe de hulp duurzaam kan worden opgezet, zodat de noodhulp straks kan overgaan in ondersteuning van wederopbouw. Droogte is in deze regio een terugkerend verschijnsel; maar het is mogelijk om daarop voorbereid te zijn. We streven ernaar dat mensen minder kwetsbaar zijn in hun bestaan en periodes van droogte kunnen overleven. Met soortgelijke projecten in Ethiopië en Uganda heeft ZOA daarmee al ervaring opgedaan.

’s Avonds ontdekken we een groen boompje op de ZOA-compound, gevoed door kostbaar water. De vrouw van wie het terrein is, vertelt glimlachend dat ze hoopt op een volwassen boom waar haar kinderen schaduw zullen vinden om te spelen. Het boompje is omringd door disteltakken om de dieren te weren en eens zal het ver boven de distels uitgroeien.

Een groet namens het hele ZOA-team,

Garrit Schumacher en Jos Joosse

Het verhaal van Fatima Mohammed
Fatima verliet haar woonplaats Luk ongeveer twee weken geleden. Afgelopen vrijdag kwam zij in Kobe aan met haar 7 kinderen. Sommige van haar kinderen zijn duidelijk ondervoed. Op dit moment ontvangt ze alleen rijst en woont ze in een geïmproviseerd onderkomen. Fatima vertelt: “Ik wil nooit meer terug naar Somalië. Het is daar veel te droog en ik ben er opgegroeid temidden van geweld. Ik wil niet meer zien hoe mensen worden afgeslacht. Mijn man is nog in Luk. Hij probeert onze laatste koe en vijf geiten te verkopen en komt dan ook naar Ethiopië. Dat heeft hij beloofd.”

Fatima reisde met ongeveer 100 buren van Somalië naar Ethiopië. Ze reisde per auto. Dat kostte haar 4 geiten. Onderweg heeft ze mensen zien sterven langs de weg. Zelf is ze eerst nog tegengehouden door Al Shabab strijders, maar met hulp van een rechter is het haar gelukt weg te vluchten uit het land waar ze eerst van hield, maar dat ze nu alleen nog maar achter zich wil laten.