Home    Contact    Colofon    Registreren   
Home arrow Vrijwilligers verhalen arrow Voor wie zorgt Nell in haar vrije tijd?
Voor wie zorgt Nell in haar vrije tijd? Afdrukken
Geschreven door De Redactie   
maandag 14 mei 2007

Interview met Nell, geschreven door Harry Munniksma

“In het hospice gaan alle maskers af. Er is geen status meer, iedereen wordt gelijk behandeld. Dat gaat vanzelf”, aan het woord is Nell, één van de enthousiaste vrijwilligsters in het Hospice van Nijkerk

.

Nu nog gevestigd in drie kamers in woon- en zorgcentrum Arkemheen, maar vanaf de zomer volgend jaar wellicht in het mooi verbouwde Bethanië, een huis wat meer richting het pittoreske centrum van de Veluwse stad. “Als er voldoende geld en middelen beschikbaar komen natuurlijk”, waarschuwt Nell. “En de vergunningen in orde zijn.”

In een hospice logeren ‘gasten’. “Dat is een consequente keuze” legt Nell uit. “Thuis ben je ook geen patiënt. Die situatie willen we zo dicht mogelijk benaderen. Mensen maken hier de allerlaatste fase van hun leven door. Dat moet in een huiselijke sfeer plaats kunnen vinden. Familieleden mogen daarom ook dag en nacht blijven.”
In het hospice wordt ‘low care’ zorg geboden aan mensen die niet langer in een ziekenhuis hoeven te blijven. Omdat hun situatie niet meer zal verbeteren. “We bieden dus ook geen levensverlengende zorg meer”, legt de vrijwilligster uit. “Natuurlijk verzorgen we wel doorligwonden, krijgen onze gasten zuurstof als dit nodig is en kunnen we stoma’s verzorgen.” Daarvoor kent het zorgteam in de Hospice verpleegkundigen en ziekenverzorgsters, overigens naast verzorgsters met een geheel andere beroepsachtergrond, die allemaal op vrijwillige basis de gasten willen bijstaan. En waar de zorg van het vrijwilligersteam onverhoopt te kort schiet, kan een beroep worden gedaan op personeel van Arkemheen of – straks, in de nieuwe situatie – de thuiszorg. Net als met het eten trouwens, ook dat komt uit de keukens van het zorgcentrum.

Orgelmuziek
De huiselijke sfeer in een hospice is ontzettend belangrijk. “Bij ons is dan ook heel veel mogelijk. Ik herinner mij een gast die haar kat mee mocht nemen. Normaal is dat in zorghuizen niet bespreekbaar, maar bij ons kan dat. Waarom? Omdat het huisdier mevrouw rust heeft kunnen bieden, haar echt de indruk heeft gegeven dat ze thuis is. Het dier heeft veel op een tafeltje naast haar bed gelegen. Dan kon ze hem aaien als ze daar behoefte aan had. Ik zie hen nog samen rusten. Prachtig! Andere gasten geven de voorkeur aan foto’s, de klok, hun eigen stoel of wat kasten. Maar ik heb ook al wel eens meegemaakt dat iemand zijn orgel mee heeft genomen naar het Hospice. Daar mochten wij of familie die op bezoek is dan op spelen. Dat bood hem de huiselijke rust, daar genieten mensen dan echt van.”

Wie veronderstelt dat in het Hospice een trieste sfeer hangt waar een oude klok de laatste minuten tergend luidruchtig weg tikt, heeft het mis. Nell: “Natuurlijk realiseren onze gasten en hun bezoek zich dat bij ons wonen een eindstation is. Maar hoe gek dat ook klinkt, dat geeft ook rust! Onze gasten zijn niet alleen uitbehandeld, maar ook klaar met vechten. Ze verwachten geen genezing meer, dat weten ze. Sommigen zijn nog wel bang voor pijn. Maar dat kunnen we goed behandelen! Ze krijgen van ons alle tijd en aandacht. We zijn altijd in de buurt, ook dat geeft rust. Sterker nog, ik denk wel eens dat juist dat onze meerwaarde is. In ziekenhuizen en verzorgingshuizen is er altijd wel weer een ‘volgende patiënt’ die ook aandacht nodig heeft. In een Hospice hebben we tijd voor hen. Nu 3 gasten, straks – in de nieuwe situatie: 4.”

Emotionele belasting
Dat moet emotioneel belastend zijn. Mensen die in een huis komen om te sterven en daar de allerlaatste zorg geboden krijgen. “Natuurlijk neem je wel eens dingen mee naar huis”, zo heeft Nell inmiddels ook al wel ervaren. “Maar we bieden op een professionele manier zorg. En natuurlijk hecht je daarbij aan mensen. Dat kan niet anders. Daarom is er ruimte voor emoties, bij onze gasten en wanneer nodig ook binnen het team. Maar er wordt ook wel gelachen. Mensen blijven tot op het laatst echt humoristisch, goedlachs of gewoon gezellig. Zo wil ik de sfeer in het Hospice ook tekenen. We praten veel met onze gasten. Over van alles en nog wat!” Ook over je geloof dus? “Als het zo ter sprake komt, praten we natuurlijk over het lijden en sterven van onze Here Jezus, over het evangelie, de kerk of andere geloofszaken. Maar er zijn ook gasten die dat niet willen. Vanzelfsprekend doen we dat dan ook niet. We zijn er niet op uit om mensen te bekeren.”

Op de vraag of dat geen spanning geeft, is Nell duidelijk. Natuurlijk gunt zij de mensen het beste wat hen toekomt, ook waar het om het Christelijk geloof gaat. Maar in het Hospice wordt niet aan evangelisatie gedaan. “En toch heb je het dan soms zo maar over de verwachtingen van mensen hoor. Over een leven na de dood bijvoorbeeld. Maar ook over hun ziekte, over de mensen op foto’s, hun oude huis, afkomst, beroep, hobby’s … Alle maskers gaan in het hospice af. Er is geen status meer. Iedereen wordt gelijk behandeld. We hebben met hele pure mensen te maken. Mensen die hun leven aan het afronden zijn. Dat is wel zo geweldig mooi.” Even zoekt Nell naar de juiste woorden, dan: “En daar zijn ook wel eens trieste verhalen bij natuurlijk. Mensen die ooit gedoopt zijn, maar helemaal niets meer willen geloven. En er ook absoluut niet meer over willen praten. Dan denk ik wel eens …” Nell legt uit dat haar persoonlijke geloof door het werk enorm versterkt wordt. “Als alles wegvalt, is het geweldig mooi te mogen weten dat het geloof blijft.”

Vrijwilligers
Het team zorgverleners in het Hospice werkt daar op vrijwillige basis. De 45 vrouwen zijn naarstig op zoek naar uitbreiding. Eén keer in de 6 weken hebben ze een vrijwilligersavond, waar over van alles en nog wat gesproken wordt. Emoties zijn dan bespreekbaar, maar ook de gang van de zaken op de werkvloer. Een werkvloer waar overigens 3 uur achter elkaar wordt gewerkt. “En als het nodig is dan blijven we ook nog wel een uurtje hoor. Maar in principe zijn we dan wel afgelost”, aldus de enthousiaste vrijwilligster, die zichtbaar geniet van de zorg die ze in het Hospice kan bieden.

Ze is gevraagd voor de functie, komt moeiteloos door de proeftijd van twee maanden heen en noemt het ‘echt mooi werk!’ “Je moet heel veel geven, maar je krijgt er ook ontzettend veel voor terug.” Dat geeft Nell voldoening, die ze ook ervaart in de onderlinge band binnen het zorgteam. “En weet je wat ik dan zo mooi vindt? Ook van nabestaanden horen we dat terug. Ze hebben onze zorg zo gewaardeerd. Die blijven soms ook terug komen, ook al is vader of moeder bij ons overleden.” Eén keer per jaar wordt daar ook gelegenheid voor geboden. Dan is er een ‘gedachtenisbijeenkomst’, waar familie, vrienden en bekenden met elkaar en het zorgteam van het Hospice terug kijken op de mensen die hen ontvallen zijn.

Nell is enthousiast over haar vrijwilligerswerk. Dat hoor je in het gesprek. Dat zie je aan haar als ze vertelt over het werk in het Hospice. Ze vertelt bevlogen over de prachtige taak die ze daar heeft. Misschien wel omdat juist daar, op haar werk achter al die menselijke maskers in onze alledaagse samenleving pure mensen tevoorschijn komen. Die in het Hospice van Nijkerk in alle rust hun leven afronden. Totdat ze definitief worden weggeroepen. En ze – ieder voor zich – huns weegs gaan. Nell kan daar van genieten, vanuit het rotsvaste vertrouwen dat haar eigen geloof haar biedt.