Home    Contact    Colofon    Registreren   
Home arrow Weekteksten arrow Week 39
Week 39 Afdrukken
Geschreven door Ria van Laren-Stoorvogel   
maandag 26 september 2011
Romeinen 11:25-26 e.v. ‘Er is, broeders en zusters, een goddelijk geheim dat ik u niet wil onthouden, omdat ik wil voorkomen dat u op uw eigen inzicht afgaat. Slechts een deel van Israël werd onbuigzaam, en dat alleen tot het moment dat alle heidenen zijn toegetreden. Dan zal heel Israël worden gered…’De redder zal uit Sion komen en wentelt dan de schuld af van Jakobs nageslacht’.
Israël blijft in de belangstelling van de hele wereld staan. We hebben allemaal wel een mening over dit land. En de landbelofte aan Israël geeft theologen steeds weer inspiratie om erover te schrijven. In het Nieuwe Testament zou er aan deze belofte, de gedachte dat het land van Israël door God als een ‘eeuwig bezit’ is gegeven, niets zijn veranderd. De Gereformeerde Bond schreef dat in de brochure ‘Israël en de Palestijnen’. Ds. Henk de Jong (NGK) publiceerde recent een compact geschriftje over de Landbelofte, waarin hij voor de meest gangbare gereformeerde visie kiest.
Onze Bijbelkring heeft besloten een paar avonden te praten over ‘Gods trouw aan Israël’ en over ‘Hoop voor Israël, gegronde verwachting’.
Bovengenoemde tekst heb ik in dit verband op mij laten inwerken. Het evangelie moest volgens de opdracht van Jezus aan alle volken, de heidenen, worden verkondigd. De apostelen (denk aan Petrus en Paulus) hadden er haast mee, ze waren in hun leven rusteloos bezig om de boodschap door te geven. Want eerst moeten de heidenen toetreden! Het einde van de tijden kan pas komen als het evangelie gebracht is aan alle volken. ‘De verstening die over een deel van Israël gekomen is, duurt slechts totdat de grote massa van de heidenvolken is binnengegaan’.
Wat een grote opdracht voor Jezus discipelen, aan Paulus en de anderen! En ook aan ons (denk o.a. aan ‘Het huis van gebed’ in Nijkerk).
En wat een troost voor de (Messias belijdende) Joden van nu. ‘Dan zal heel Israël worden gered’. ‘God blijft hen liefhebben omdat Hij de aartsvaders heeft uitgekozen’.
Hoe God ‘de Jood (heel Israël, lees: de volheid van alle gelovigen uit het volk Israël) en de Griek’ bij elkaar brengt heeft alles te maken met de uit Sion gekomen redder Jezus Christus die de schuld van Jakobs nageslacht afwentelt.
Of deze belofte van God gekoppeld is aan de landsbelofte, dus het grondgebied van Israël, daar kan ik niet over oordelen, maar er is in Christus geestelijke hoop voor een volk, ‘dat eerst Gods vijand was geworden’.